Het is stil in de slaapkamer van de zielenmoordenaar.
In zijn hoofd projecteren beelden waarin hij smeekt aan een altaar.
Knielend voorovergebogen met de striemen van de zweepslagen zichtbaar op zijn rug
en in gedachten het onrustige samenzweren van de zielen die hij ooit het leven had bedrogen.
Hij staat op en gaat niet vastberaden ten rade
in de war van draden van het web,
waaronder zojuist de kater nog lag te spinnen,
maar geschrokken is gevlucht
bij de laatste zucht van de wind die door het raam deed gieren.
In een oogwenk ziet hij het kaarsvet druipen
van de vlam die waakt over het duister in de kamer en sluipend
op zijn gebreide sloffen, in zijn nachtgewaad, wendt hij zich tot het gordijn en trekt het open.
Hij ziet in de spiegeling van het raam de angstige ogen
het bleke façade sieren van het verleden kwade.
Rode aders door wit oogvlees bewezen naar zijn tekort.
De ondervinding van zijn eigen schade.
Hij wil gaan slapen, maar de rust is wat hem schort,
want te vaak had hij het kwaad weltrusten gekust en zijn ogen gesloten alsof er niets was.
De kou van de stille zielen, die hij liet zwijgen - in koele bloede vermoordde-
verstoren nu naar waar hij zo naar snakt in deze nacht.
“Wat gij doet zal u wederkeren.” predikeert de dominee aan het altaar in gewaad.
“Het kwaad zal uw ziel doen zweren. Had uw hand aan liefde gegeven. Had uw kater wat vaker gestreeld,
in plaats van te schoppen en het dier toe te tieren
om op te tieven,
dan was het kwaad nu niet aan komen kloppen
en was uw hand nimmer gedoopt in bloed dat heeft gevloeid bij de diefstal van onze lieven.
Had onze lieven laten leven, had onze lieven laten leven.
Waarom zou ik u nog liefde geven?
Waarom zou ik uw kwaad nog voor u stoppen?”
De wind sloot het raam met een harde klap en alles viel stil,
alles werd kil.
De vlam bezweek onder de harde zucht, het snakte nog naar lucht maar het stikte in teveel.
Heel de kamer rook naar zwavel, zoute adem van wat ooit brandde.
De dominee spreidde zijn handen
wijd.
“Ik wil zien dat u lijdt zoals u anderen heeft doen lijden.
Ik wil zien dat u lijdt zoals u anderen heeft zien lijden.
Kom stille lieven, ontneem zijn adem,
laat zijn aders niet langer kloppen
op het ritme van zijn hart.
- U kunt voor mij knielen, bidden en smeken, maar uw stem blijft ongehoord. -
Kom stille lieven, laat u wreken, ongestoord.
Deze zielenmoordenaar heeft het kwaad te vaak gekust,
gun deze zielenmoordenaar zijn verdiende rust.
Kom stille lieven, sta op, u heeft mijn woord.”
© M.Reijnen 16/10/2009